GeoPlatform - Actueel - In Perspectief

Internationale concept-licentiemodellen voor geodata in 2012


dr. Katleen Janssen, KU Leuven

Foto van de auteurInternationale harmonisatie van licenties is niet onmogelijk, wanneer de dataleveranciers accepteren dat hun eigen woorden niet per se meer juridische zekerheid bieden dan de formulering van een andere organisatie.

Transparantie en vereenvoudiging van licentievoorwaarden en de ontwikkeling van geharmoniseerde licentiemodellen worden gezien als hét wondermiddel om het delen van geo-informatie eindelijk volledig op de rails te krijgen. De vraag rijst echter of dit mogelijk is. Zijn de verschillen tussen de noden van de dataleveranciers en –gebruikers niet te groot om tot internationaal bruikbare licentiemodellen te komen?
De werkgroep rond juridische en socio-economische aspecten van geo-informatie van de Global Spatial Data Infrastructure Association (GSDI) probeert dit uit te vissen.
Dit werk, vanaf eind 2010 gezamenlijk getrokken door de K.U. Leuven en de T.U. Delft, verloopt in verschillende fasen. In de eerste fase werden bestaande licentiemodellen verzameld en bestudeerd. Het ging daarbij onder meer om Geo Gedeeld uit Nederland, het Queensland government information licensing framework, de Britse open government licence, creative commons, de Canadese GeoGratis licenties en de INSPIRE licentiemodellen. In de tweede fase werd een vergelijking gemaakt tussen de licenties en werden de licentiebepalingen gecategoriseerd.

Goed vergelijkbaar
Vanuit deze indeling wordt in de derde fase getracht een beperkt aantal modellicenties op te stellen om wereldwijd geo-data (en andere informatie) te kunnen delen. Het uitgangspunt blijft hierbij dat een goede kopie beter is dan een slecht origineel: er moet zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande modellen zonder onnodig nieuwe dingen uit te vinden.
Uit de analyse van de licentiemodellen bleek dat deze goed vergelijkbaar zijn. Ze hebben allemaal ongeveer dezelfde indeling en behandelen dezelfde onderwerpen, onder meer het gebruiksrecht dat wordt verkregen, de beperkingen erop, aansprakelijkheidsbeperkingen, de duur van de licentie, en de manier van opzegging.
Terwijl de terminologie van de bepalingen uiteraard sterk verschilt, bleek dat de uiteindelijke inhoud en betekenis ervan wel behoorlijk dicht bij elkaar aanleunen. Dit doet vermoeden dat internationale harmonisatie van licenties niet onmogelijk is, als de dataleveranciers accepteren dat hun eigen woorden niet per se meer juridische zekerheid bieden dan de formulering van een andere organisatie.

Bouwblokken
Voor sommige aspecten van de licenties is het creëren van een eenvormige tekst geen probleem, bijvoorbeeld de duurtijd of de jurisdictie. Voor de gebruiksrestricties en dergelijke ligt het moeilijker, omdat deze vaak variëren voor verschillende soorten gebruikers (overheden, burgers, bedrijven, onderwijs, onderzoek, enzovoorts). Talloze beperkingen komen voor in alle maten en gewichten: niet publiceren, niet kopiëren, geen afgeleide producten maken, enkel op één computer installeren, ...
Deze beperkingen zijn vaak ‘gebetonneerd’ in zeer gedetailleerde bepalingen, die niets aan het toeval over laten. De dataleveranciers vinden die details nodig om zeker te zijn dat er niks ongewenst met hun data gebeurt. Al deze variaties lijken aan te geven dat harmonisatie schier onmogelijk is.
De GSDI-werkgroep is er nochtans van overtuigd dat schijnt bedriegt. Nader onderzoek van al die gedetailleerde restrictiebepalingen toonde immers aan dat deze steeds te herleiden zijn tot een beperkt aantal bezorgdheden van de dataleveranciers rondom de verdere verspreiding van hun data, mogelijke wijzigingen aan de data of hun aansprakelijkheid.
Die bezorgdheden kunnen in een aantal modelbepalingen worden gegoten. Deze ‘bouwblokken’ kunnen naar wens worden geselecteerd door de dataleveranciers. Het is dus de zaak om een juiste diagnose te stellen waarom een dataleverancier een bepaalde beperking wil, de reden ervoor realistisch te evalueren en dan een passende modelbepaling te kiezen. De GSDI werkgroep is van plan dergelijke modelbepalingen op te stellen in de loop van 2012.
Toegegeven: de grootste uitdaging hier is de advocaten ervan overtuigen dat de geharmoniseerde definitie van ‘kopie’ of ‘afgeleid werk’ even goed is als de hunne...En natuurlijk om de dataleveranciers te overtuigen om die modellen ook daadwerkelijk te gebruiken. Dat heeft echter meer met koudwatervrees te maken dan met echte juridische bezwaren. Daar zijn dus misschien eerder missionarissen voor nodig dan advocaten.

 

 

 



Reacties naar info@geoplatform.be